Onhandige woorden

Met onze hersenen kunnen we veel, ze zijn echter soms onhandig en helpen ons van de wal in de sloot. NLP maakt er handig gebruik van. Voor iedereen, zeker voor faalangstigen, is het handig om het volgende te weten.

1 – Niet
Een heel lastig woordje, is het woordje ‘niet’ (en daarvan afgeleid ‘geen’). NLP-ers zijn zich dat bewust. Toch verbaas ik me erover hoe vaak het woordje ‘niet’ gebruikt wordt, ook door mensen die beter zouden moeten weten. Daaronder leerlingbegeleiders, faalangstreductie-trainers, docenten. Wat is er aan de hand met het woordje ‘niet’. Dat is heel snel duidelijk te maken door een vraag te stellen als ‘Denk niet aan je vader’. Het eerste dat gebeurt is dat je aan je vader denkt. Ons brein negeert het woordje ‘niet’, haalt het als het ware uit de zin en voert vervolgens de opdracht uit. Welke zin je ook bedenkt met het woordje ‘niet’ erin, steeds gebeurt hetzelfde. En we zijn zo gewend om dit woordje te gebruiken. Een techniekdocent zei bij de eerste les tegen z’n brugklasleerlingen toen ze in zijn lokaal zaten: hier mag je niet rennen. Welk van de brugklasleerlingen zou daar aan gedacht hebben, nu weten ze: blijkbaar wordt hier gerend. En hoe vaak zegt een docent: ‘niet achterom kijken’, niet op het blaadje van je buurman kijken’, ‘niet te laat komen’, ‘vergeet niet …….’ Het ligt dan voor de hand dat het fout gaat wat dan wordt gevolgd door ‘Ik had nog zo gezegd, vergeet niet ………’ Natuurlijk kan het ook goed gaan. De betreffende persoon verandert dan zelf b.v. het ‘Vergeet niet …… ‘ in wat er van hem gevraagd wordt en dan kan het goed gaan. Er zijn echter ook tal van situaties waarin dat veranderen achterwege blijft. Bijvoorbeeld een leerling die denkt ‘Ik wil geen onvoldoende halen’. ‘Onvoldoende halen’ wordt de boodschap en dat kan geregeld worden.
Wat wel? In communicatie is het van belang wat wel de bedoeling is. Vaak is dat eenvoudig. De boodschap kan ook zijn ‘recht blijven zitten’, ‘op je eigen blaadje kijken’, ‘op tijd komen’, of plaats van ‘Vergeet je brood niet’ kan de boodschap ook zijn ‘Neem je brood mee’, want dat is wat er moet gebeuren. ‘Ik wil geen onvoldoende halen’ kan worden ‘Ik ga voor een voldoende’ of nog beter ‘Ik ga voor de 6,5’. Het is een kwestie van opletten, van wennen en het levert veel op. Leuk om te bekijken: Marc Lammers over Sylvia Karres1.

2- Maar
‘Maar’ is een heel naar woord. Het haalt alles wat ervoor gezegd is, onderuit: ‘Het was een gezellige middag maar het weer was niet zo mooi’. Het eerste deel van de mededeling verdwijnt in die van het tweede deel. Wie iets wil bereiken, plannen wil maken of een constructief (mentor-)gesprek wil voeren, wordt geblokkeerd wanneer er steeds ‘maren’ komen. De flow gaat eruit. Hoe dan wel? Probeer eens te beginnen met een ‘ja’ om er vervolgens iets aan toe te voegen. ‘Ja, het zou nog gezelliger zijn geweest als de zon had geschenen’. Of korter: verander een Ja, maar…. in een Ja, en….. Berthold Gunster2 kan je er alles over vertellen en heeft er een aantal boeken over geschreven. Hij is de grondlegger van de Ja-maar® filosofie. Zijn boeken zijn een genot om te lezen.

3 – Moeten
Moeten is een veel gebruikt woord. Vooral bij pubers roept het weerstand op. Wanneer je aan een puber vraagt ‘Wat gebeurt er bij jou van binnen wanneer een van je ouders zegt ‘je moet vanavond de afwasmachine inruimen’. Bijna alle pubers (en ook een deel van de volwassenen) voelt meteen weerstand. Dat betekent dat het ook de communicatie verstoort. Wanneer een leerling het in een gesprek over ‘moeten’ heeft, is het een passende vraag ‘van wie moet dat’ en hem vervolgens ook te laten ervaren wat ‘moeten’ van binnen doet. Het zet er een rem op. Het is daarom zinvol om het ‘moeten’ te vervangen door iets anders. Laat een leerling zoeken wat het best past en vaak komt hij uit op ‘willen’. Er is een groot verschil tussen ‘moeten’ en ‘willen’. Iedereen kan dit verschil voelen.

1   Marc Lammers: www.youtube.com/watch?v=_tUaHxNzjxI
2   Berthold Gunster: Ja, maar ……… omdenken, 2000, www.ja-maar.nl