Leven en dood

Een bijzonder fenomeen bij de familie-opstellingen is dat de overledenen net zo levend zijn als de niet-overledenen. Dat maakt het ont-dekken van energie-stollende verstrikkingen mogelijk.
Mede gezien de tijdsgeest met angst voor de dood, het zo lang mogelijk willen leven, het buitensluiten van / zwijgen over de doden met als gevolg een naar binnen gekeerd verdriet trekken een grote wissel op het familiesysteem. Hieronder een stukje over deze problematiek uit het boek ‘Stilte in het midden’ van Bert Hellinger:

De familiebinding
De leden van een familie zijn aan elkaar verbonden in hun lotsbestemming. In deze groep is ieder direct betrokken bij een zwaar lot van één van de leden en ieder wordt uitgenodigd dit lot te delen of na te volgen. Als bijvoorbeeld ”één van de kinderen in de familie vroeg sterft, willen de andere kinderen dit kind volgen. Ook ouders of grootouders willen vaak sterven omdat ze een dood kind of kleinkind willen volgen. Of wanneer een echtgenoot sterft, wil de ander ook vaak sterven. Dan zeggen de levenden innerlijk tegen de doden: ‘Ik volg je’. Velen die een levensbedreigende ziekte hebben – bijvoorbeeld kanker- of die een zwaar ongeluk meegemaakt hebben of zelfmoordneigingen hebben, staan onder druk van de verbondenheid van het lot, worden gedreven door een bindingsliefde en zeggen innerlijk: ‘Ik volg je’. Nauw daarmee verbonden is de voorstelling dat de één de plaats van een ander in kan nemen. Dat betekent dat hij plaatsvervangend voor een ander leed, boete of sterven op zich kan nemen en de ander daarmee van een zwaar lot bevrijdt. De innerlijke zin die achter dit gedrag schuilt, luidt: ‘Liever ik dan jij’.

Als een kind bijvoorbeeld ziet dat een lid van de familie ziek is dan zegt het innerlijk: ‘Liever word ik ziek dan jij’. Of als een kind ziet dat iemand in de familie een zware schuld met zich meedraagt waarvoor hij boeten moet dan zegt het: ‘Liever boet ik dan jij’. En als een kind ziet dat iemand die na aan het hart ligt weggaan of sterven wil dan zegt het innerlijk: ‘Liever verdwijn ik dan jij’. Daarbij valt op dat het vooral de kinderen in de familie zijn die in in plaats van anderen willen lijden, boeten, sterven. Dit soort plaatsvervanging komt echter ook voor tussen levenspartners. Het is belangrijk op te merken dat dit proces verregaand onbewust verloopt voor alle betrokkenen. Dit geldt zowel voor degene die plaatsvervangend handelt als ook voor degene die het zou moeten dienen. Maar wie op de hoogte is van deze lotsverbindingen kan zich er bewust van losmaken.
Dergelijke lotsverbindingen komen bij familie-opstellingen op indrukwekkende wijze aan het licht.

In familie-opstellingen ben ik deze dynamiek verschillende keren tegengekomen. Het ‘uit liefde willen volgen’ is inderdaad indrukwekkend en het losmaken geeft een diepe ontspanning, zowel bij de levende als bij de overledene. Er kan ook geen ‘gewone’ therapie tegenop omdat het een volledig onbewuste ‘verstrikking’ is.
Zelfs in een één op één gesprek kan een dergelijke lotsverbinding los gemaakt worden. Een voorbeeld hiervan heb ik in 2012 beschreven in het Magazine van het Bert Hellinger Instituut (blz. 26).